'Adoratie' of 'De Goddelijke Liefdesgang', Brugge - Jan Toorop, Gedateerd links onder: 1914
- Handelaar
- Opgericht in
- 1985
- Adres
-
Dorpsstraat 9 B-C
1261 ES Blaricum
Nederland - Telefoon
- +31 356409432
- Fax
- +31 356409692
- Website
- http://www.studio2000.nl/
- Contact
- Contactformulier
- Prijs
- Prijs op aanvraag
- Status
-

Beschikbaar - Kunstenaar
-
Jan Toorop
Indonesië 1858 - 1928 Nederland
Biografie kunstenaar
- Periode
- Gedateerd links onder: 1914
- Signatuur
- Links onder
- Materiaal
- Zwart krijt op papier
- Hoogte
- 97.00 cm
- Breedte
- 95.00 cm
Gedicht door Miek Jansen bij ‘Adoratie’ of ‘Goddelijke Liefdesgang’
‘Als eens de ziel opgaat tot God’
O, Vader, zend hoog de zang Van zielen zacht-innig verlang…. Zend hooger de ziel als vuren Van vreugde-oplaaiende uren.. Zend de ziel in haar Zonneland…
Soms is leven als wetende peinzing In avond-verlaten land.. Soms als nachtschip in eenzame stranding In laaiende zielenbrand…
En wijd Liefde spreidend haar Luchten Als wieken van adelaar, En nimmer ’n Einde te duchten, En nimmer de weemoed-baar…
Eerst Smacht als smaadlijk nacht-gejoel,- Met schorre stam ver echo-krijt, In wee verwijt-gevoel… En ziele-doem diep openrijt…
En ach, Smart roert haar stugge zinnen niet… Maar met ’n koud en dorverkoeld gelaat, Zegt zij haar naakt-geboren najaarslied… En acht, de ziel gebukt als grijsaard, gaat..
En oogen, die niet sluiten willen, Blad-huiver handen in den nacht,
Van onzegbaar verlangen trillen In onafwendbaar zonden-macht…
Traag opgaand onder nacht-gebeden Torens van aarde-leed.. Verloren hij, die ’t hooge stijgen In ziels-gebogen, innig zwijgen, Voor lang vergeet….
-In torens van aardsche leed…. Waar ’t weenen waart van doode wachten, Van hen die zwegen ….. en verzachten, De smart….. en geen hun Lijden weet…..
-Teer tasten gouden harpen van de ziel, En niet te laten weenen zwarte snaren Maar zacht te vedelen alle blonde haren.. Van harpen, waarop dauw van heem’len viel….
Te gaan met God langs aardsche avond grachten En staam’len bevend in fluistering Der Geesten, die hun helelsche gedachten Murmel’n in droomen van de schemering…..
….Eens….wit als zwaan langs diep en nachterlijk water,
De ziel, die hoogste Liefde vraagt Wijden aan God……en vrouwen later Haar vleug’len, als ’t Einde daagt.
Miek Jansen, Oosterbeek 1914
